E-mailadres: Wachtwoord: Wachtwoord vergeten?
Sluiten
De teloorgang van ons banksysteem

Hoe ziet een bankbalans eruit? Die is gevuld met activa en verplichtingen. Verplichtingen dat zijn de deposito’s, activa zijn de verstrekte kredieten.

Het verschil tussen beiden is het aandelenkapitaal dat de bank rijk is. Activa heten ‘assets’, kredieten ‘liabilities’ en aandelenkapitaal ‘common equity’. Als de waarde van de verzameling kredieten dreigt te dalen dan kom het eigen aandelenkapitaal onder druk te staan. De uitstaande verplichtingen aan U en mij blijven immers gelijk. Indien dit kapitaal tijdelijk wordt weggegomd omdat een bank zijn korte termijnverplichtingen niet langer kan dekken door de uitstaande kredieten, dan kan bij de central bank bijgeleend worden om deze kloof te overbruggen. Dikwijls is het zo dat bij een financiele schok een bank niet in staat is om zijn langlopende activa vlug genoeg te liquideren om zijn acute verplichtingen te voldoen. Zelfs als vele van deze activa niet waardeloos zijn, toch kunnen zij niet geliquideerd worden zonder het eigen kapitaal in gevaar te brengen of kunnen zij gebruikt worden als borgstelling om korte termijn liquiditeiten te ontlenen. Het is daarom dat bij tijd en wijle de centrale banken tussenkomen, precies om dit liquiditeitenprobleem op te vangen en om te vermijden dat dit risico zich transformeert in een solvabiliteitsrisico. In 2008 hanteerden central banken dus deze klassieke reflex om locale banksystemen ter hulp te snellen. Dat doen centrale banken met het geld dat in het system aanwezig is nadat alle deposito’s tegen kredietverplichtingen zijn weggestreept. ‘Base money’ wordt dit genoemd. Centrale banken zijn de enigen die deze geldsoort kunnen creëeren of vernietigen. Dit geld is precies wat gebruikt wordt om het banksysteem over een liquiditeitscrisis heen te tillen. Als een centrale bank dit geld van zijn balans weghaalt en injecteert in het banksysteem, wordt het niet vernietigd maar gewoon getransfereerd. Dat was stap één in 2008. Maar al snel werd duidelijk dat deze klassieke truuk niet zou werken. Banken moesten meer doen. Zoals zich herkapitaliseren om solvabel te blijven. Aangenomen werd dat deze twee dingen: herkapitalisatie en steun van de central banken, zouden volstaan om banken opnieuw winstgevend te maken. Tot op heden is dit nog niet gebeurd. Meer ‘kwantitatieve versoepelingsprogramma’s’ (of QE’s) om het system van meer liquiditeit te voorzien, werden ingeleid. Maar zelfs dit is niet voldoende. Het problem is echter zo groot dat de genomen maatregelen niet helpen. Tot nu toe. Meer nog: we zien dat de sleutel die toegang verschaft tot het geld van de centrale banken – dit zijn waarborgen of ‘collateral’ in de vorm van hoogwaardig kwaliteitspapier – steeds moeilijker op het slot past. Er is steeds minder van dit ‘collateral’ beschikbaar omdat de kwaliteit van de emittenten steeds meer achteruit gaat en dus ook de massa aan beschikbaar ‘collateral’ steeds kleiner wordt. Wat doen de centrale banken? Zij kopen het ‘slechte’ papier – lees: bijna waardeloos papier - op en vervangen het door hoogwaardig papier –lees: overheidsobligaties- Maar omdat de jacht op dit papier – als sleutel om liquiditeiten te verkrijgen – nog steeds intenser wordt, kan de creatie ervan geen gelijke tred houden met de vraag ernaar. Overheidsobligaties wordt dus schaarser en schaarser en de prijs ervan neemt steeds toe. Wij weten dat bij obligaties hogere prijzen lagere rentevoeten betekenen. Meer nog: men is bereid om haast gelijk welke prijs te betalen voor dit papier. Zelfs als dit resulteert in negatieve rentevoeten. De uitbreiding van de monetaire basis heeft er niet alleen voor gezorgd dat vroeger heel liquide markten in overheidspapier minder liquide werden en het aanbod schaars, maar ook dat degenen die gemakkelijk toegang hadden tot de ‘base money’ bron, hun liquiditeiten zagen toenemen en er een handeltje van maakten om met elkaar in competitie te treden om deze kostbaarheden op te kopen. Dus beslisten centrale banken dat het system niet echt meer liquiditeiten nodig had, maar wel meer tijd zodat banken weer winstgevend zouden worden. En dat lukt niet in een wereld van negatieve rentevoeten. Maar wel met een opwaarts lopende rentecurve zodat de positieve ‘carry’ – kort ontlenen en lang beleggen – de winstgevendheid kan herstellen. En daar zijn we nu. Kijk naar de acties in Japan. De strijd draait niet langer rond liquiditeit maar om de negatieve rentevoeten en ‘carry’. Bedoeling is om de winstgevendheid van de financiele instellingen opnieuw op te krikken. Er is niet veel bewegingsruimte. Ook al omdat de terugkeer naar het oude bankieren uitgesloten is. In het verleden werd een bank beloond om investeringen aan te moedigen via het verstrekken van kredieten. Die investeringen moesten dienen om te vermijden dat er in de toekomst een tekort aan bepaalde goederen zou ontstaan. Niemand had gedacht dat investeringen zouden kunnen leiden tot een overproductie van goederen omdat de consumptie ervan zou afnemen. En dat dit kon gebeuren tengevolge van een verandering van het bestedingspatroon van de consument tengevolge van de crisis. Maar het gebeurt. Kijk maar naar wat U en ik doen met ons geld. Het gevolg is een negatieve netto inkomstenstroom (rente minus inflatie geeft een negatieve uitkomst) die onze welvaart – naast alle andere problemen – verder uitholt. Over tijd vermindert ons vermogen zonder dat we er iets aan kunnen doen. Onder het regime van negatieve rente-opbrengsten zijn banken immers verplicht om investeringen stop te zetten, desinvesteringen aan te moedigen en geld op te potten eerder dan het uit te lenen. Dit alles om een artificiele schaarste te scheppen voor de toekomst. Het ergste is dat banken even overbodig zijn. Er zijn er teveel van, Zolang dit niet begrepen wordt kan de negatieve rentespiraal nog even duren. Geen wonder dat central banken alles uit de kast halen om de positieve ‘carry’ terug te halen. Benieuwd wat de volgende zet zal zijn.