E-mailadres: Wachtwoord: Wachtwoord vergeten?
Sluiten
Wat is inflatie?

De meeste mensen geloven dat inflatie ontspruit aan de getijden van de economische cyclus. Dat is niet zo. Inflatie komt voor uit het drukken van geld en de creatie van een overaanbod van papier. 
Hoe kan dit overaanbod gedefinieerd worden?
Want het is niet omdat er geld wordt bijgedrukt dat er prijsdruk ontstaat.


Wij houden het bij deze omschrijving: inflatie ontstaat wanneer de toename van het geldaanbod de aangroei van de spaargelden overtreft. 
Dus inflatie wordt niet veroorzaakt door tekorten van olie of graan maar door dit ene wapenfeit: centrale bankiers die hun reserve ratio's laten inkrimpen
Een jaar geleden bedroeg de balans van de FED 1.898.877 miljoen USD. Zo wat 508.690 miljoen USD was papier dat door de FED in de open markt was gekocht. De kwaliteit van deze vorderingen laten we hier ven buiten beschouwing. 
Heden staat de teller op 2.234.676 miljoen USD waarvan 1.912.690 miljoen USD in de open markt werd aangekocht. 
Zoals aangekondigd heeft de FED in één jaar tijd zich danig uitgeleefd met het aankopen van papier allerhande: van hypotheken tot overheidsobligaties. Deze uitbreiding van de FED balans wordt kwantitatieve versoepeling of 'quantative easing' genoemd. Het verpapieren van schulden. 
De FED heeft dus zijn balans uitgebreid met 250 miljard USD. Gewoon door geld uit het ijle te creëeren. Dat is iets meer dan 9%. 
Staat daar wat tegenover? Neen, in de VS wordt niet gespaard. Integendeel, de netto spaaraangroei is negatief. Met andere woorden: er wordt netto ontspaard. Dat wil zeggen dat buitenlandse instantie shet geld aan de VS lenen om de balans sluitend te maken.
Dus met zero belastingsaangroei en 10% balansaangroei bedraagt de inflatie ongeveer 10% in de VS. De impact hiervan kan geneutraliseerd worden door de toeame van de productiviteit. Kwantificering van deze productiviteit is mogelijk door de hoeveelheid productie (in geld gemeten of in natura) te delen door een maatstaf voor arbeid of kapitaal. Het BLS ( bureau of Labor Statistics) laat weten dat deze productiviteit - naar hun maatstaven - de laatste tijd aangroeit met ongeveer 6% op jaarbasis. 
Laten wij hier even het belang van productiviteit onderstrepen in de inflatie-equatie aan de hand van een voorbeeld:

Een bakker bakt tien broden en verkoopt ze voor vijf euro. Voor deze vijf euro koopt hij levensmiddelen in de supermarkt. De aanschaf van die levensmiddelen is dus gedekt door de eerlijke broodproductie van de bakker, oftewel: het ene nuttige product is uitgewisseld tegen het andere, via geld.
Stel nu dat een valsemunter opduikt, die geen bruikbare producten maakt, maar alleen vijf euro print. De kosten van geld maken zijn verwaarloosbaar, vergeleken met de erop gedrukte waarde, die bovendien oneindig kan worden verhoogd. Met dit nieuwe geld koopt hij de levensmiddelen voordat de bakker ze kan kopen. Zijn valsemunterij bestaat uit het "ruilen" van niets (hij heeft niks geproduceerd) tegen producten ter waarde van vijf euro bij de oude geldhoeveelheid. Er zijn nu twee vragers voor dezelfde levensmiddelen, hetgeen de prijs opdrijft. Mogelijk moet de bakker nu meer geld bieden dan voorheen en houdt hij minder over voor andere zaken, zoals investeringen. In elk geval betaalt hij gedwongen een hogere prijs. De valsemunter consumeert, zonder eigen productie van goederen of diensten. Hij heeft slechts de geldhoeveelheid vergroot, waardoor hij producten kon kopen ten koste van een ander, die wel bijdroeg aan de welvaart. Hij heeft koopkracht verkregen op kosten van de andere geldbezitters. Hieruit volgt dat inflatie een welvaartsverplaatsing teweegbrengt van productieve mensen naar niet-productieve

Terug naar de VS.
Wij blijven met een verschil van 4 % zitten. Dus dat verschil zou zich ergens moeten manifesteren in een vorm van prijsdruk.
En dat verschil vinden wij ook terug. De producer price index (het PPI) staat nu 4.4% hoger dan een jaar geleden.Samengevat: de FED nam slechte papieren op zijn balans en liet in dit proces zijn balans met 10% groeien. De Amerikaanse economie kon dit tempo niet volgen: in termen van een toename in productiviteit komen we slechts aan 6%. Als resultaat verminderde de waarde van de munt met bijna 4%. Deze waardevermindering van het geld wordt weerspeigeld door de prijsinflatie.De rente op 10-jaars overheidspapier bedraagt 3.65%. Dus de vergoeding voor de schuldbekentenissen voor Amerikaans overheidspapier ligt lager dan de mate waarmee de munt in waarde daalt. Een buitenlandse koper verliest dus geld. 
Wat gebeurt er dan?

De VS hebben nog steeds een tekort op de lopende rekeningen. Dat betekent dat er meer geconsumeerd wordt dan geproduceerd. Er gaan meer dollars naar het buitenland dan er terug gebracht worden. 
Deze dollars worden niet herbelegd in Amerikaans papier want daarmee verlies je alleen maar. Dus moet het buitenland met die overschotten iets anders doen: grondstoffen, goud, of iets anders. Dus stijgen prijzen van goud (met 20%), zilver (30%), olie, koper enz. Zelfs beurzen stijgen - maar in dollartermen, bijna niet in de waarde van die andere hebbedingetjes -.Ondertussen staat de Amerikaanse overheid garant voor de hele Amerikaanse economie. Voor GE, GM, Fannie en Freddie, AIG, de lokale overheden en zovele andere. Dus wezenlijk is de VS met zijn AAA meer waard dan de som van alle delen die ze garandeert en waarvan het kredietgehalte twijfelachtig is.