E-mailadres: Wachtwoord: Wachtwoord vergeten?
Sluiten
Het gebruik van de RSI

De Relative Strength Index (ticker: RSI) is een momentuminstrument dat ontwikkeld werd door J. Welles Wilder Jr en beschreven werd in het in 1978 gepubliceerde boek New Concepts in Technical Trading Systems. RSI is een technische indicator. Hiermee wordt getracht om toekomstige prijzen te voorspellen  en of de prijs van een activa overkocht dan wel oververkocht is.

Overkocht is een technische toestand waarbij na een periode van koopdruk de prijs als te hoog beschouwd wordt en een daling steeds meer tot de mogelijkheden behoort. Een oververkochte toestand is net het tegenovergestelde.

De ‘moeder' van de meerderheid van technische indicatoren die gebaseerd zijn op prijs is het gemiddelde.

Ook bij de RSI speelt het gemiddelde een rol en als de koopdruk wegvalt en de prijs consolideert zal de snelheid van stijging van het gemiddelde afnemen. Dikwijls een teken dat de druk van de kopers relatief tegenover de verkopers afneemt en een ommekeer in de maak is. 

Wilder definieerde dat toppen en bodems aangegeven worden wanneer de RSI boven de 70 of onder de 30 gaat.

De helling van de RSI is direct afhankelijk van de snelheid van de beweging van de prijs.

De afstand die door de RSI wordt afgelegd is direct afhankelijk van de grootte van de prijsbeweging. 

Daarnaast geloofde Wilder ook dat divergentie tussen RSI en prijsactie een sterke aanwijzing geeft van een keerpunt in de koersontwikkeling van het onderliggende actief.

Bearish divergence ontstaat wanneer de prijs nieuwe hoogtepunten haalt en de RSI deze beweging niet langer volgt. Bullish divergence komt voor wanneer de prijs nog nieuwe dieptepunten neerzetten maar de RSI een hoger dieptepunt laat zien. 

De centrale lijn voor de RSI is 50. Indien de RSI zich hierboven bevindt zijn de winsten groter dan de verliezen. En omgekeerd.

De afgelopen jaren zijn er andere interpretaties ontwikkeld. Andrew Cardwell bijvoorbeeld heeft omtrent de RSI een aantal observaties gemaakt. Vooreerst merkte Cardwell op dat bij een opwaartse trend de RSI gewoonlijk tussen 40 en 80 noteert, terwijl neerwaarts gerichte trends de RSI laten fluctueren tussen 60 en 20.

Wanneer een activa verandert van een opwaartse trend naar een neerwaartse trend (en omgekeerd) dan zal de RSI een zogenaamde verschuiving laten zien. 

Bovendien, zo observeerde Cardwell, vindt bearish divergence alleen in positieve trends plaats en leidt deze dikwijls tot een korte correctie in plaats van een trendommekeer. Daarom dat bearish divergence een signaal is dat een opwaartse trend bevestigt. Hetzelfde geldt voor bullish divergence. 

Dat wil niet zeggen dat er een positieve of negatieve keerpunten bestaan. Maar ze zijn het tegenovergestelde van divergenties. Een positief omslagpunt, bijvoorbeeld, vindt plaats wanneer in een opwaartse trend de prijscorrectie resulteert in een hoger dieptepunt in vergelijking met het vorige dieptepunt terwijl de RSI een lager dieptepunt heeft dan dat van de vorige prijscorrectie.

Een negatieve trendommekeer is precies het tegenovergestelde.